Liane was een artist in residence op het Almeerderstrand in de zomer van 2018. Zij schreef haar herinneringen aan het Almeerderstrand: een collectie van verhalen en anekdoten over het verleden, het heden en de toekomst van het gebied. 

De komende maanden vertelt zij je persoonlijk haar verhalen tijdens een van de aankomende verhalenavonden. Lees hier alvast een voorproefje.

Een dagje Almeerderstrand

Het is 1985. Ik word geboren aan de overkant, want daar is een ziekenhuis. Naarden staat er in mijn paspoort, maar ik ben een Almeerder. Ons huis staat aan het water in Almere Haven. Op de grachtjes, die door het oudste stadsdeel van Almere slingerden, bracht ik zomers en winters door. Met de kano voeren we naar ‘het onbewoonde eilandje’ om daar te kamperen. Op de schaatsen haalde ik vriendjes op om samen naar school te gaan. Zomeravonden brachten we door op één van de stranden van de stad, waar we fikkie stookten en stiekem bier dronken. We waterskieden, we zeilden, we fietsten, we wandelden. Ik groeide op in de natuur.

Almere werd ontwikkeld als overloopgemeente van Amsterdam. Het waren de jaren ‘70 en de hoofdstad was vies en vol. De tuinstad Almere zou daar tegengewicht aan bieden door the best of both worlds van stad en platteland te combineren: wel de voorzieningen van een stad, maar gecombineerd met de rust, de ruimte en het groen van het platteland. Een leefbare stad. Waar je, ongeacht je inkomen, goed moest kunnen wonen.

In de polder werd daarom een landschap aangelegd, waarin drie woonkernen werden ingetekend: Almere Haven, Almere Stad en Almere Buiten. Elk stadsdeel kreeg zijn eigen karakter. Zo was Almere Haven geïnspireerd op een oud Zuiderzeestadje en had daardoor een dorpskarakter. Door de grote oppervlakte van de stad en de tussenliggende groengebieden voelde de afstand tussen de stadsdelen immens.

Wij, dorpelingen uit Almere Haven, kwamen in die beginjaren minder vaak in Almere Stad, dan in ’t Gooi en in Amsterdam. Met het fietspontje gingen we naar Huizen om te winkelen. Daar hadden ze een HEMA. In Amsterdam moest je zijn voor de bioscoop.

Maar, voor de natuur bleef je in Almere. Mijn ouders, broer en ik maakten eindeloze wandeltochten door de uitgestrekte stad. Zonder iemand – behalve een verdwaald hert – tegen te komen. Langs de schapen in het Kromslootpark, de vogels bij de Lepelaarsplassen en over het strand. In een stad ontstaan uit en in de natuur viel genoeg te ontdekken.

Konijntjes
“Als je er één vangt mag je ‘m houden.” Hijgend ren ik terug naar mijn ouders. “Ze rennen te hard, het lukt niet.” Ik voel een trillip opkomen. Ik ben vijf. Er zit een pleister op mijn rechterknie. Bert, van Ernie, staat erop. Het is een stormachtige dag in september. Er is niemand behalve wij. Mijn ouders lachen ingehouden. Ze zitten niet te wachten op een konijn in huis. Ik wel, maar ik kan ze niet bijhouden. Of het strand is te groot.

Lees hier haar artikel over Almere in Vrij Nederland.